Uitleg isolatieweerstandsmeting (ISO)

De isolatieweerstandstest wordt gebruikt voor testobjecten met beschermingsklasse I of II.
Objecten met beschermingsklasse I zijn voorzien een aarde geleider (PE).

Producten met klasse II zijn voorzien van een extra beschermende isolatie en hebben geen PE geleider.

Producten met beschermingsklasse II zijn doorgaans gemarkeerd met dit symbool:.

Met behulp van de isolatieweerstandsmeting wordt getest of de ohmse isolatieweerstand boven de grenswaarde ligt die in de norm is vastgelegd.
De test wordt uitgevoerd om te controleren of er te hoge lekstromen optreden ten opzichte van de aarde of tussen elektrische leidingen.

Indien de isolatieweerstand hoog is en de lekstroom laag, geeft dit aan dat er voldoende isolatie aanwezig is van de stroom voerende delen van het testobject.
Als de isolatieweerstand te laag is treedt er een te hoge aanraakstroom in de metalen onderdelen van het te beproeven product en kan dit gevaar opleveren.

Bij het aanraken van deze metalen onderdelen zal de zogenoemde aanraakstroom door de persoon naar de aarde vloeien. Vooral bij testobjecten met beschermende klasse II kunnen isolatiefouten bij metalen onderdelen gevaarlijk zijn, aangezien de stroom niet door de aarding kan worden afgevoerd.

Definities
EVU      : Netbeheerder
DUT      : Device Under Test | test object
IL          : Stroom door testobject
IAbl      : lekstroom
UN        : Voedingsspanning
RPE      : Aardingsweerstand
UB        : Mogelijke aanraakspanning

Indien de aardverbinding niet correct is aangesloten, kan de aanraakspanning bij de schakelkast/behuizing van de DUT te hoog worden. Bij het aanraken van de delen van de metalen kast vloeit een gevaarlijke aanraakstroom door de persoon naar de aarde.

Deze afbeelding geeft een Klasse I toestel weer met een te hoge weerstand door de aarde. Deze foutstroom zal door de persoon naar de aarde vloeien.


Afbeelding van een klasse II toestel waar de foutstroom direct door de persoon naar aarde vloeit.

Voor het testen van de isolatieweerstand is een testspanning verbonden met de isolatie en het geleidende gedeelte.

De testspanning is doorgaans 500 Volt DC. De test wordt vaak uitgevoerd met kortgesloten voedingskabels ten opzichten van de aardekabel (PE). Er zijn verschillende normen en regels voor verschillende testobjecten. Het spanningsniveau is in de normering vastgelegd.

Indien de isolatieweerstandsmeting met een DC spanning wordt doorgevoerd, heeft het capacitieve gedeelte van het testobject alleen invloed tijdens het aanleggen van de spanning. Indien de capaciteit “geladen” is meet men alleen de lekstroom door het ohmse gedeelte van het testobject.

Indien een testobject een hoge capaciteit bezit is het verplicht om het testobject te ontladen, onze testsystemen controleren automatisch of er een restspanning aanwezig is en hoeveel Volt deze bedraagt.