Testen van aardlekschakelaars

De aardlekschakelaar (RCD) kan met onze GLP2-ce getest worden in twee teststappen voor eenfase of in vier teststappen voor driefase aardlekschakelaars.

1e teststap:                       test L1 door de RCD
2e teststap:                       test N door de RCD
3e teststap:                       test L2 door de RCD (alleen als de RCD 3-fasig is)
4e teststap:                       test L3 door de RCD (alleen als de RCD 3-fasig is)

De functietest van de RCD wordt uitgevoerd met hulp van een lastweerstand.
Tijdens de test wordt eerst gecontroleerd of de spanning op het testobject is aangesloten, d.w.z. of de RCD is ingeschakeld.
Daarna zal de GLP2-ce tester een stroom door de RCD lopen tot deze uitschakelt.

Voor het testen van elk afzonderlijke aansluiting wordt de teststroom geleidelijk omhoog geregeld door de aansluiting. Er wordt gecontroleerd bij welke stroom de RCD wordt uitgeschakeld.

Als deze uitschakelstroom binnen een bepaald bereik ligt, is de test in orde (IO). Als echter een minimale stroomwaarde wordt onderschreden of een maximale stroomwaarde wordt overschreden, is de test niet in orde (NIO).

Bovendien is het mogelijk om de uitschakeltijd van de aardlelschakelaar (RCD) te bepalen.
Hiervoor wordt de aangepaste teststroom door de RCD geleid en wordt de uitschakeltijd gedetecteerd. Er zijn twee standen:

De stroom wordt direct aangesloten en de RCD mag niet uitschakelen. (IO)
De stroom wordt onmiddellijk aangesloten en de RCD moet binnen een bepaalde tijd worden uitgeschakeld. (NIO)

 

De volgende aansluitvarianten van DIN EN 61008-1 2012 kunnen met de testmethode worden gekozen:

Eenfasig aardlekschakelaars: A en AC
Driefasig aardlekschakelaars: A, AC, B en B+